Laat niemand zichzelf iets wijsmaken, de nieuwe autocrisis is onderweg. En ik beschrijf hem voortaan als AutoCrisis, want de dreunen die er zullen worden uitgedeeld zijn van het kaliber Mohammed Ali-knock-out. Het bijzondere van deze AutoCrisis is dat de branche hem deels zelf heeft uitgenodigd. Heel stiekem komt de nieuwe AutoCrisis binnen door de achterdeur. Ik leg het uit.
Autohandelaren, dealer of universeel, gunnen elkaar van alles, behalve winst. Zelfs verlies gunnen ze de buurman niet, want ze duiken zonder blikken of blozen onder buurman’s prijs. Het appelleren aan bonussen lijkt erger dan ooit. Een logisch berekend winstplaatje staat alleen in de boekjes, de praktijk is één grote bende. En daarvan is geen letter overdreven. Rond éénderde van de nieuw verkochte auto’s bestaat uit ukkies. Liefst BPM-vrij, géén wegenbelasting en een zo laag mogelijke bijtelling. Aan de ukkies wordt niets verdiend. De marge die overblijft is in gunstige gevallen een paar honderd euro en als je daar de kosten tegenover zet van reclame, verkoper, overhead en een bos bloemen bij de aflevering, dan mag je blij zijn als je quitte speelt. Oftewel: aan ruim 160.000 van de 500.000 auto’s die dit jaar in ons land worden verkocht, wordt geen fluit verdiend. Dat is volstrekt krankjorum.
Ik hoop trouwens dat we de 500.000 halen. Er wordt hard aan gewerkt, want de importeurs hebben weilanden vol auto’s op kenteken gezet die dit jaar nog moeten verkocht. Ik zal geen merknamen noemen, de insiders weten het. Het gaat om héél veel auto’s, de druk van de importeurs is megagroot en de angst bij de dealers is voelbaar. Een angst die sowieso tegen het eind van het jaar toeneemt, want de banken willen ook graag behoorlijke cijfers, als ze al besluiten het bestaande kredietdak te handhaven. En anders worden er weer van die maagomdraaiende aangetekende brieven bij dealers bezorgd. Die de pijngrens toch al hebben bereikt.
De trend van kleinere auto’s neemt verder toe. Dat is een tamelijk gemakkelijke voorspelling, want als salarissen niet stijgen en er steeds méér gedaan moet worden voor hetzelfde geld (of minder), dan gaat de consument een maatje kleiner rijden. Of stelt de aankoop nog even uit. Belangrijkste bijverschijnsel van deze ontwikkeling: er wordt weer minder verdiend. In veel gevallen kan dat ook vertaald worden met het verlies neemt toe. De autofabrikanten leken hun lesje te hebben geleerd. Overproductie zou er na 2008 nooit meer komen. Klopt dat? Een handelaar die de Europese markt als zijn broekzak kent, meldt dat er nog steeds grote partijen auto’s op de markt worden gedumpt. Dat dumpen gaat gepaard met prijzen waar je van schrikt. Auto’s van 25 mille die zo ongeveer voor de helft worden aangeboden. En het gaat hier niet over een B-merk.
Elektrische auto’s bieden geen oplossing
De branche maakt zichzelf wijs dat er geld verdiend gaat worden aan elektrische auto’s. Nou, voorlopig niet. De leveranciers snijden zichzelf in de vingers met de infrastructuur van de laadpaaltjes, waarvan in 2011 rond de tien procent van de beloofde aantallen is gerealiseerd . En om het allemaal nóg erger te maken, begint iedereen nu over inductie en zijn die laadpaaltjes al bijna een gelopen race. Overhaast geproduceerde auto’s als Opel Ampera en Chevrolet Volt moeten nu het imago van de elektrische auto redden, maar omdat die alleen in het leasecircuit een berijder vinden, blijft het een druppel op een gloeiende plaat. Ze worden slechts door anderhalve fanatiekeling aangeschaft en verder zijn ze alleen interessant vanwege de fiscale voordelen. En die hebben hun langste tijd gehad.
Slimme autobedrijven hebben inmiddels scooters in de showroom staan, knipogen naar elektrische motoren en denken verder dan de autoneus lang is. Dat is niet iedereen gegeven. Wie denkt dat kleine elektrische auto’s een grootse toekomst hebben, gelooft ook nog in Sinterklaas en aanverwante onzin. Die elektrieke autootjes zijn nog steeds schreeuwend duur, moeten het hebben van de eerder genoemde subsidies en fiscale voordelen en al kosten ze volgende week de helft, dan blijft het aantal kopers nog ver onder de maat. Daimler heeft het met een project als car2go slimmer gespeeld. Met elektrische auto’s moet je projectmatig denken en vooral binnen de stadsgrenzen blijven.
Dealers onder druk
De komende twee jaar wordt bij de dealers de druk opgevoerd. Veel autofabrikanten hebben in 2011 behoorlijke productiecijfers gescoord en die willen ze graag zo houden. Dat wordt een harde dobber. Want met een teruglopende markt en een lagere omzet – omdat er meer compacte auto’s zullen verkocht – wordt het behalen van zelfs gelijke aantallen minder leuk omdat de winst veel lager komt te liggen. Importeurs krijgen meer zeggenschap over dealers dankzij de BER en de grijze wolken die nu boven een dealerschap zweven, worden dus inktzwart.
Het vervelende is: ik wil helemaal niet negatief zijn, maar alles wijst op een op handen zijnde situatie die vele malen ernstiger zal zijn dan enkele jaren geleden. Van echte reserves is binnen de autobranche al nooit sprake geweest. Onroerend goed is ook al maximaal ingebracht. Voor importeurs overigens prima tijden om het aantal dealers terug te schroeven. Dan lijkt het nog een beetje op een natuurlijke sanering.
Wanneer?
Het eerste halfjaar van 2012 zal bepalend worden. Met de crisis in de Eurolanden – volledig de schuld van regeringen die deden alsof de bomen de hemel in groeien – én het binnenhalen van landen en mensen die onze economie uithollen en de werkgelegenheid versneld en stelselmatig naar de knoppen helpen, komt ook de AutoCrisis levensgroot in beeld. Als de cijfers het eerste halfjaar gaan tegenvallen, wat ik beslist verwacht, dan gaat de knop definitief op mineur. In dat geval gaan in de tweede helft van 2012 de nodige koppen rollen. Ik vrees dat dit slechts een prelude is naar een akelig echec in 2013. Hopelijk zit ik er onvoorstelbaar naast. Voorlopig schrijf ik AutoCrisis nog slechts met twee hoofdletters. Ik duim dat ik het nooit met uitsluitend hoofdletters hoef te schrijven. Maar de vooruitzichten zijn slecht.

Ik hoop het niet, maar ik weet dat je gelijk hebt……