aug 012011
 

Ook buitenlandse dealers weten wat (te) groot is…

Het acroniem BER is voor een dealer een afschrikwekkende afkorting. BER zorgt voor bovennormale struisvogelpolitiek en verzwegen gebruik van kalmerende middelen. BER is een gezwel dat dealers in haar greep houdt. Er zijn grote(re) dealers en kleine(re) dealers. De eerste groep is nog enigszins in staat om flinterdun tegengas te geven aan de wil van fabrikanten en importeurs, de laatste groep ligt met het hoofd op het hakblok en vraagt als Johan van Oldenbarnevelt: Maak het kort…

Als ik aan de kleine(re) autobedrijven denk die de komende jaren van de dealertafel worden geveegd, bekruipt mij de gedachte of het allemaal wel zo logisch is om je domweg naar het schavot te laten leiden. Wat zou ik doen, denk ik dan. Tja, wat zou ik doen? Ik ben niet iemand die zich laat marionetten. Als iets mij niet aanstaat, zet ik er een punt achter. Durven autodealers dat ook? Het lijkt er niet op. Ze gaan door tot het gaatje in de hoop dat de zon toch nog een keertje flauw gaat schijnen. ‘Het zal toch zo’n vaart niet lopen?’, zei een directeur laatst tegen mij. Dream on, dacht ik.

Een autodealer die beweert dat het allemaal zo leuk is, heeft minstens een realiteitsstoornis. Fabrikanten schieten het ene na het andere bericht de wereld in over hogere omzetcijfers, maar intussen weten ze amper wat voor auto’s ze moeten produceren. Vooral berichten over productiecijfers vind ik onrustbarend, want autofabrikanten zijn erg goed in overproductie. Je zou denken dat ze dat na de crisis wel achterwege zullen laten. Ik geloof er niets van, zou mijn kleinzoon van vier zeggen…

Als ik autodealer was, zou ik er waarschijnlijk snel een punt achter zetten. Als iemand mij dicteert hoe ik het doen moet, dan moet er wel héél veel tegenover staan. En niet de mededeling dat er volgende week vijftien auto’s op de stoep staan of dat als ik twee zwarte wil hebben ik er ook twee rode bij moet kopen. Geen rayoninspecteur die mij komt vertellen dat er ‘s morgens een volle rol toiletpapier op de wc’s moet hangen. Niemand dicteert mij als zelfstandig ondernemer wat ik moet doen. Ik wil verkopen wat ik het beste, leukste of slimste vind. Ik wil klanten het autorijden laten beleven zoals zij dat willen en er niet als een bloedzuiger op gaan zitten om ze de auto te verkopen die de importeur het liefst kwijt wil. Ik wil de baas zijn van een fijn bedrijf waar niet een ander de baas probeert te spelen.

OK, Sluymer, maar wat ga je dan doen?

Als de EU dan toch open ligt en alles kan en mag (…), dan maak ik mijn selectie van nieuwe (misschien soms bijna nieuwe) auto’s die ik ga importeren uit alle lidstaten. Ik ga verschrikkelijk veel lol in mijn werk hebben met een showroomvoorraad die ik heb samengesteld. Een voorraad die ik tegen aantrekkelijke prijzen aan kan bieden en waar ik ruimschoots meer aan verdien dan aan de auto’s die ik bij een importeur koop of zelfs moet kopen om dealer te mogen blijven. Als de EU er dan tóch is, ga ik alle mogelijkheden benutten. Als u nu wordt geprikkeld door wat u hier leest, is er nog hoop. Anders bent u vast een échte autodealer.